Blog

Kleur heeft heel wat functies, zo zijn de felle kleuren van mannelijke springspinnen een versiertruc voor vrouwtjes en is de bruine kleur van veel wolfspinnen een manier om zich te camoufleren. Maar wist je dat kleur ook een rol kan spelen in opwarmen en afkoelen? Het principe is simpel: donkere oppervlakten warmen meer en sneller op dan lichtere oppervlaktes. Dit komt doordat een donkere kleur meer licht absorbeert (een zwart gat absorbeert zo goed als alle licht), waardoor er warmte vrijkomt. Een lichtere kleur weerkaatst meer licht en blijft daardoor koeler.

De kleur van een spin is daarom heel belangrijk want spinnen zijn koudbloedige dieren, dat wil zeggen dat ze zelf geen warmte produceren en dus de temperatuur van de omgeving aannemen. Is het warm buiten, dan krijgen ze het warm. Is het koud buiten, dan hebben ze het, je raadt het al, koud. Het tegenovergestelde zijn zoogdieren, zoals mensen, wij hebben eigenlijk altijd een min of meer constante temperatuur. Een donkere spin zal dus meer opwarmen dan een lichte spin.

Maar hoe warm kan een spin het dan krijgen? Met de warmtecamera gingen we in juli op pad tijdens een hittegolf en we vonden enkele spinnen in de zon!

Tussen het gras vonden we Tijgerspin, die vlot 30°c Celsius haalt. Op een witte muur een Zebraspringspin die een wat hogere temperatuur had: 39°C. Deze soort wordt vaak teruggevonden op warme muren en voelt zich daar volledig thuis! Het record werd gebroken door een Platte Wielwebspin met een temperatuur van 43°C. Wat vreemd, want dit is eigenlijk een nacht-actieve soort die overdag niet te zien is. Dit vrouwtje verstopt zich normaal onder de dakgoot, waarschijnlijk werd het daar toch wat te warm en probeerde ze af te koelen in de open lucht. Het is duidelijk dat spinnen verrassend warm kunnen krijgen als de zon erop schijnt! Perfect om te onderzoeken of een lichte kleur kan helpen om koel te blijven!

 

tijgerspin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijgerspin (©Bram Vanthournout, Danny Declercq)

zebraspringspin png

Zebraspringspin (©Luc Regniers, Bram Vanthournout)

platte wielwebspin

Platte Wielwebspin (©Paul en Marianne Wouters-Horemans, Bram Vanthournout)

 

 

 

Wel, dat kan je door naar de voortplantingsorganen te kijken! Bij een vrouwtje zit de epigyne aan de onderkant van het achterlijf. Bij een mannetje zitten er twee verdikte pedipalpen aan de voorkant van de kop.Die lijken op twee “bokshandschoentjes” en zijn meestal duidelijk zichtbaar! Zie je dus twee verdikte en verharde structuren aan de kop, dan is het zeker een mannetje. Een vrouwtje heeft ook twee pedipalpen, maar deze worden niet gebruikt als voortplantingsorgaan en zijn dus niet verdikt. P.S. De voortplantingsorganen bij spinnen zijn een heel belangrijk determinatiekenmerk en in veel gevallen vaak de enige manier om met zekerheid te kunnen zeggen welke soort het is!

Vrouwtjes (links) en mannetje (rechts). Boven: Kraamwebspin (Pisaura mirabilis, mannetje heeft nog maar één pedipalp en houdt een ingepakte vlieg als geschenk voor het vrouwtje in zijn kaken ((©Leo Vaes en André Hermans). Midden: Tuinwolfspin (Pardosa amentata, ©Richard Louvigny en Danny Declercq). Onder: Kruidhangmatspin (Neriene clathrata, ©Pierre Oger en Bert Pijs).

pisaura pardosa neriene clathrata